Lezing Schutrops maakt indruk

Vopak ondanks snelle veranderingen positief over toekomst 

De deelnemers aan de Havenvereniging-excursie naar Koninklijke Vopak, zijn onder de indruk van het bedrijfsrestaurant, waar ze worden ontvangen. Het is modern, maar sfeervol ingericht als een grand café. Er is plek voor het nieuwe werken, voor vergaderen en voor ontspanning. Het is een lunchlocatie voor 450 mensen, maar ook een ruimte waar medewerkers en gasten overdag aan de espressobar terecht kunnen, voor bijvoorbeeld een capuccino en een kleine snack.

Het kantoor van Vopak aan de Westerlaan, dat vroeger toebehoorde aan Van Ommeren, is tussen 2004 en 2012 volledig gerenoveerd, naar een ontwerp van het Rotterdamse architectenbureau Ector Hoogstad. Het heeft nu twee functies: wonen en werken. Het onderste gedeelte van het complex, bestaande uit een toren en een laagbouwgedeelte, heeft een kantoorbestemming. De oude toren is gerenoveerd en voorzien van een aantal extra verdiepingen en is nu 70 meter hoog. In de bovenste verdiepingen zijn 45 appartementen gerealiseerd. Bovendien is verborgen onder het groen, aan de rand van het Park, een ondergrondse parkeergarage gebouwd.

Rijke historie
Jan Bert Schutrops is vandaag gastheer. De 47-jarige directeur van Vopak Nederland begon in 1990 als management trainee bij Van Ommeren, en was gedurende de eerste elf jaar van zijn carrière in Nederland actief in zeven verschillende functies. Van 2002 tot 2005 werkte hij voor Vopak in Maleisië en van 2005 tot 2010 bij Vopak China. Vier jaar geeft hij nu leiding aan de Vopak divisie Nederland. Hij benadrukt trots te zijn op “zijn” bedrijf. 
Hij wandelt eerst door de geschiedenis van het concern. Want het Amsterdamse Blauwhoedenveem, dat in 1616 werd opgericht, is de oermoeder van Vopak. Het bedrijf slaat dan de goederen, die de VOC importeert, op in pakhuizen. Amsterdam is in die tijd de parel van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. De stad telt aan het einde van de 17e eeuw 200.000 inwoners en dat aantal is vergelijkbaar met het inwonertal van steden als Londen, Napels en Parijs. De importantie van Rotterdam is dan een stuk kleiner. Er is wel sprake van groei, nadat Johan van Oldenbarneveldt, eind 16e eeuw, de aanzet heeft gegeven tot de uitbreiding van de haven. Het inwonertal stijgt in de 17e eeuw van 20 naar 50.000. De Rotterdammers van toen, zitten samengepakt tussen de oude wallen van de stad, in de driehoek Coolsingel, Goudsesingel, Nieuwe Maas. 
In 1818 wordt in de Maasstad veembedrijf Pakhuismeesteren opgericht, dat goederen opslaat, bewaart een aflevert. Het is lange tijd een concurrent van Blauwhoed. Tot de fusie van beide bedrijven in 1967, waardoor Pakhoed ontstaat. 

Grootste ter wereld
Rotterdammer Philippus van Ommeren richt in 1839 het gelijknamige bedrijf op, dat zich ontwikkeld tot specialist in zeescheepvaart, binnenvaart, tankopslag, distributie en als stuwadoor. Het fuseert in 1999 met Pakhoed, waarna het bedrijf verder gaat onder de naam Vopak. Begin deze eeuw stoot Vopak de chemische distributietak en haar schepen af. Vopak specialiseert zich volledig op de tankopslag van vloeibare stoffen, zoals ruwe olie, benzine, diesel, LPG, kerosine en vloeibaar aardgas (LNG), het blenden daarvan en verder de opslag van chemische stoffen, plantaardige olieën en renewables.

Vopak telt momenteel de divisies Azië, China, Noord- en Zuid Amerika, Nederland, Europa, Midden-Oosten en Afrika. Het heeft wereldwijd 79 terminals, met een totale capaciteit van 30 miljoen kubieke meter. Het is hiermee de grootste in zijn branche ter wereld. Nederland maakt wat opslagcapaciteit nog een derde van het Vopak-opslagvolume uit. De oudste nog in gebruik zijnde terminal staat in Vlaardingen en dateert uit 1929. De bezetingsgraad van de terminals is 88%, de omzet 1,3 miljard euro en het EBIT bedraagt 536 miljoen.Het Rotterdamse bedrijf is met name actief op de wereldwijde hublocaties, de plekken waar de internationale handel plaatsvindt. 

Hotel
Rotterdam is uiteraard zo’n hub. Dat komt doordat het de tweede bunkerhaven ter wereld is en een belangrijk handelspunt van olie en gas. Russische olie en gas bestemd voor de Aziatische markt gaat via de Rotterdamse haven. Dat komt door “de drempel” in het Skagerak en doordat de Noordelijke zeeën niet bevaarbaar zijn. Het wordt hier verwerkt tot andere olieproducten, of geblend, of als ruwe olie overgepompt in grotere schepen, die door de grote diepgang van de haven, kunnen aanmeren. En de kosten voor transport wegen niet op tegen de investeringen die nodig zijn om dat in Rusland te doen.
Omdat Rotterdam een energie- en handelscentrum van gas, olie- en olieprodukten is, investeerde Vopak samen met Gasunie 900 miljoen euro in de Gate LNG-terminal. Hier wordt vloeibaar gas opgeslagen en het project past in energiestrategie van ons land. De Gateterminal kan Nederland namelijk een jaar lang voorzien van gas. Daarnaast wordt LNG de nieuwe brandstof voor de scheepvaart, als vervanger van het veel vervuilender gasolie. Schutrops:  ”Wij zijn te vergelijken met een hotel, we verhuren ruimte. We hebben assets waar we produkten blenden, maar waar schepen ook hun lading kunnen lossen en laden, of kunnen doorvoeren via pijpleidingen, andere zeeschepen, binnenvaart, truck en rail”. 

Overcapaciteit
Vopak is een bedrijf met een grote historie, maar ook één met een uitdagende toekomst, houdt Schutrops zijn gehoor voor. Hij vertelt: “Het is namelijk uitgesloten dat we in hetzelfde tempo en hoeveelheid de grondstoffen van moeder aarde kunnen blijven gebruiken. Dat heeft ook forse milieuconsequenties. De wereld moet zich richten op alternatieven en Vopak moet daar op inspelen”. 
Maar dat is het niet het enige waar het bedrijf alert op moet zijn benadrukt Schutrops. Hij vervolgt: “We veronderstellen maar dat de trade doorgaat zonder veranderingen. Dat is uiteraard niet zo. De importantie van Europa vermindert. Weliswaar is Rotterdams-Antwerpen range één  van de grootste enegieclusters  ter wereld en ben ik positief over de toekomst van de Rotterdamse haven”, hoewel Schutrops zich wel afvraagt wat er gaat gebeuren als de ijskappen smelten en de noordelijke routes bevaarbaar worden. Verliest de Rotterdam/Antwerpen-range dan aan importantie?
Schutrops: “Verder kampen de raffinaderijen met een enorme overcapaciteit. Door de crisis, maar ook doordat de vervoermiddelen steeds zuiniger worden. De opslag van die produkten levert Vopak nu geld op, maar als in de toekomst raffinaderijen gaan sluiten, dan gaat Vopak dat voelen”. 
“Bovendien” zegt Schutrops, “richten raffinaderijen zich door die ontwikkeling steeds meer op opslag, omdat ze daar meer mee verdienen en zo worden ze dus een concurrent. Zoals oliehandelaar Vitol. Vroeger een grote klant van ons, maar nu eigenaar van tankopslagterminals, omdat het hebben van een goede locatie veel geld waard is bij verkoop. Wij denken echter met de exploitatie van terminals nog steeds meer geld te kunnen verdienen en bovendien zijn we ten opzichte van Vitol in het voordeel, omdat wij als onafhankelijke dienstverlener, echt onpartijdige adviezen aan onze klanten kunnen geven. Wij zijn er namelijk altijd bij gebaat dat het goed gaat met onze klanten. Oliehandelaar Vitol kan daarentegen naast dienstverlener, ook een keiharde concurrent van een klant zijn”. 
Locatiekeuze
Schutrops wijst erop dat het vinden van een juiste locatie een kunst blijft en uiterst belangrijk is. Hij zegt: “Vergelijk het met een terras op het San Marcoplein in Venetië. De eerste heeft de perfecte plek in de zon, de laatste zit in de schaduw en loopt pas vol als de andere terrassen vol zitten. En een terminal kun je niet even verhuizen. Net zo min als dat je andere produkten in de tanks kunt opslaan, omdat bijvoorbeeld ruwe olie, hele andere eisen stelt aan de tanks, dan chemische stoffen. Zit je fout met je locatie-keuze, dan verlies je veel geld”. 
“Maar daar kunnen ook externe factoren voor verantwoordelijk zijn, zoals politieke besluitvorming, sociale onrust, of bij een conflict tussen landen. Denk bijvoorbeeld aan de spanningen op het Koreaans schiereiland, de Krim en de rest van Oekraïne. De nationalisaties in Venezuela, waar we benadeeld werden. En als bijvoorbeeld de Russische spoorwegen weigeren mee te werken aan een railverbinding vanuit Talin in Estland naar Rusland, dan merken we dat ook. Nog een voorbeeld. De anti-dumpheffing voor goedkope biodiesel uit Argentinië en Indonesië, ingevoerd door de EU om de Franse boeren, die uit raap biodiesel halen, te beschermen. Hierdoor viel de import stil. Onze biodieseltanks staan hierdoor leeg, maar we kunnen en willen daar geen invloed op uitoefenen”. 
En daar blijft het volgens Schutrops niet bij. Hoe gaan straks de energiestromen lopen? En hoe lang rijden we nog op diesel en benzine en wat wordt de rol van de renewables? De Verenigde Staten, de grootste economie ter wereld, is sinds mensenheugenis een grote importeur van brandstoffen. Maar dankzij het schaliegas wordt het heel snel een exporteur. China heeft ook enorme voorraden. Daar kan hetzelfde gebeuren. Door de tsunami-ramp in Japan, waarbij de kerncentrale in Fukushima zwaar werd beschadigd, is Japan veel meer andere brandstoffen gaan gebruiken, zoals LNG. En Duitsland, die als gevolg daarvan alle kerncentrales plotseling stillegde, is overgestapt op steenkool, die juist goedkoop is geworden dankzij de toenemende exploitatie van schaliegas in de Verenigde Staten. Maar steenkool is zwaar vervuilend. Schutrops: “Nu wordt in Duitsland de schone zon- en windenergie fors gesubsidieerd en aan de andere kant wordt er volop steenkool gebruikt, waar de Rotterdamse haven overigens van profiteert. Maar het is wel de wereld op z’n kop!” 

Concurrentie
“Dus Vopak moet continu keuzes maken over welke stoffen het  opslaat en waar. En als je dan bedenkt dat er tussen de aankoop van de grond en het gereed zijn van de terminal, vijf jaar zit, dan begrijp je dat we uiterst zorgvuldig moeten zijn en risico’s lopen. Om dat te spreiden, gaan we nu in opkomende landen veel joint ventures aan. En zijn we worden betrokken bij captive storage, de opslag van stoffen vlakbij de produktieplant.  Zo behouden we de ervaring om goed met de stoffen om te gaan in eigen hand. En krijgt de partner wereldwijde toegang tot onze infra structuur”. 
“Maar vergis je niet! De concurrentie zit ook niet stil.  Ze houden Vopak als marktleider continu in de gaten. Als wij met overheden, of met een klant gesprekken voeren over een locatie, dan blijft dat niet lang geheim. De concurrentie is er dan als de kippen bij, om ons de loef af te steken”.
Ondanks al die uitdagingen en zolang het nog niet mogelijk is om wind- en zonenergie op te slaan, ziet Schutrops de toekomst van Vopak positief in. “Er is nu 6,6 miljoen kuub aan opslagruimte in aanbouw, dus dat geeft aan dat we erin geloven. Verwacht wordt dat de total energy demand in 2035, zelfs gecorrigeerd door effecten van energy effiency programma’s, met 15, maar waarschijnlijk met 30 en misschien wel met 55% toeneemt. Dat komt met name door de groei van de bevolking en de groei van de middenklasse in de opkomende landen. Ze willen ooit een auto en een leven met dezelfde luxe als wij.”

Lobbyen
De uitleg van Schutrops maakt indruk, zo blijkt na afloop van zijn betoog uit de reacties van de toehoorders. Bovendien hebben ze stuk voor stuk adviezen. “Ik denk dat kunststoffen steeds meer zullen worden toegepast. Dus de opslag van chemische stoffen blijft nodig”, zegt Bob de Lijster. “Verder is er altijd behoefte aan energie, maar ik verwacht dat kringloopprocessen steeds belangrijker worden.”

Elias Becker denkt dat gas en chemie voor Vopak belangrijk blijven en dat ze heel alert moeten zijn op de ontwikkeling van bio-fuels en renewables.”Anders mis je de boot”, vindt hij. “Bovendien denk ik dat Vopak wel degelijk invloed kan uitoefenen op de politieke besluitvorming, door veel te lobbyen, zeker binnen de EU. Dan was het misschien anders gelopen met die anti-dumpheffing van goedkope biodiesel uit Indonesië en Argentinië”.  
Studente Maria Costa is het daarmee eens. ”Verder vind ik het erg leuk om een “kijkje in de keuken” te krijgen”. Ze adviseert Vopak water te gaan opslaan. “Want daar is straks een groot tekort aan”.
Joanne Breedveld, werkzaam bij Breedveld Staal uit Krimpen aan den IJssel, meent dat je altijd leert van deze bijeenkomsten. ”Je leent bepaalde dingen voor je eigen bedrijfsvoering, ook al zitten wij in een andere branche. Ik denk dat chemie-opslag nodig blijft, maar Vopak moeten zich meer richten op Afrika en op de opslag van waterstof en aardwarmte. En erbij zijn als de opslag van wind- en zonenergie mogelijk wordt”.  ï»¿

Bioport Challenge bereikt Grande Finale

Ideeën opperen voor een duurzame industrie en haven. Dat was de opdracht van de Bioport Challenge aan young professionals. Na de pressure cookers, het ontwikkelen van een ‘business model canvas’ en de pitches, is het donderdag 3 april 2014 tijd voor de Grande Finale. Ook leden van Jong Havenvereniging zijn hiervoor van harte uitgenodigd.

Naast de final pitches, waarbij de business plannen om de Bioport te ontwikkelen worden gepresenteerd, staan een aantal interessante sprekers op het programma, waaronder Allard Castelein, de nieuwe president-directeur van het Havenbedrijf Rotterdam. De zaal in De Doelen raakt zeker vol, dus wacht niet te lang met aanmelden. Zie voor meer informatie: http://bioportchallenge.nl De toegang is gratis.

Deze competitie is een initiatief van Jong Havenbedrijf, Jong Shell, Jong Vopak, Jong Royal Haskoning DHV en Young Professionals Rotterdam.

Word buddy bij Rot.Jong!

Rot.Jong draagt een steentje om de jeugdwerklozen in Rotterdam te steunen en te motiveren bij het vinden van een baan die bij hen past. Daarbij mag de haven als potentiële werkplek niet ontbreken. Vind jij het leuk om je ervaringen te delen en advies te geven? Meld je dan aan als buddy en doe mee aan het Buddy-event op 11 april 2014.

Deze dag, vanaf 15.00 uur, gaan zo’n 100 werkloze jongeren en even zoveel buddy’s aan boord van een Spido schip, dat wordt gesponsord door het Havenbedrijf Rotterdam. Tijdens deze tocht door de Rotterdamse haven leren de werklozen en buddy’s elkaar kennen en wordt een pad voor het buddy-traject uitgestippeld. Na het event is het de bedoeling dat ieder duo elkaar iedere maand spreekt gedurende zes maanden. Op deze manier helpt de buddy de werkzoekende jongere écht. Aansluitend aan de boottocht opent burgemeester Aboutaleb een netwerkborrel in het splinternieuwe gebouw De Rotterdam. Hier wordt tevens een inspirerend succesverhaal gepresenteerd.

Inmiddels hebben ongeveer 100 werkzoekende jongeren zich aangemeld. Echter is Rot.Jong nog op zoek naar enkele buddy’s. Ben jij sociaal vaardig, verbaal krachtig en resultaat- en doelgericht? En zie je deze taak als een leuke uitdaging? Check dan snel de flyer en meld je aan voor het Rot.Jong Buddy-event, door een e-mail te sturen naar info@rotjong.nu.

Historische dag op Van Ghentkazerne

“We maken een historische dag mee”

Van Ghentkazerne blijft open, feeststemming tijdens bezoek 

“Dit is een bijzondere dag voor ons. Ik ben erg blij dat de Van Ghentkazerne met zijn Mariniers Opleidingscentrum open blijft, vooral ook voor de mensen die hier werken. Er is nu duidelijkheid”. 

Dat zegt een opgeluchte luitenant-kolonel der mariniers Wil Briggen, nauwelijks anderhalf uur nadat op het kazerneterrein een akkoord is ondertekend waarin het voortbestaan van de Van Ghentkazerne voor de komende 25 jaar wordt geregeld. Minister Opstelten van Justitie en Veiligheid, minister Hennis van Defensie, commandant van de Zeestrijdkrachten Borsboom  en burgemeester Aboutaleb wisten elkaar te vinden. Een onverwacht akkoord want het zag er lange tijd naar uit dat de Van Ghentkazerne zou sneuvelen door de bezuinigingsoperatie bij Defensie, en uiteindelijk, net als de kazerne in Soest, zou moeten naar verhuizen naar nieuwbouw in Vlissingen. 

Goedkoper

Maar doordat de gemeente Rotterdam, de Veiligheidsregio en het ministerie van Veiligheid en Justitie medegebruikers worden en hiervoor een vergoeding betalen, werd de kazerne gered. Bovendien bleek deze oplossing goedkoper dan verhuizen naar Vlissingen. Het medegebruik omvat opleidingsfaciliteiten voor politie, brandweer, ambulance, gemeentelijke stadswachten en toezichtpersoneel van de RET.

Briggen: “Rotterdam zonder mariniers zou in feite ondenkbaar zijn geweest, maar het had zo maar kunnen gebeuren. We zijn echt langs de afgrond gegaan. De basis voor dit akkoord is gelegd door de gemeente Rotterdam en in het bijzonder burgemeester Aboutaleb. Hij heeft als voorzitter van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond het voortouw genomen en gelobbyd in politiek Den Haag”.  

Details uitwerken

Het sleutelwoord voor de toekomst is samenwerking en dat bespaart de belastingbetaler veel geld. Wil Briggen geeft een aantal voorbeelden:

“Zo was er op dit terrein een nieuwe oefenruimte voor de Marinierskapel gepland. Ze gaan nu repeteren in een gebouw dat eigendom is van de gemeente Rotterdam. Sportfaciliteiten zouden voortaan ook door de politie en brandweer kunnen worden gebruikt. En bij de besteding van de dertig miljoen euro, die de komende 25 jaar beschikbaar is om de Van Ghentkazerne weer up tot date maken, kijken we bij de plannenmakerij niet meer alleen naar onszelf, maar ook naar de mogelijkheden voor de andere partners. We gaan nu de details uitwerken om de samenwerking te optimaliseren”.

Ook zullen de mariniers meer oefenen in de Rotterdamse regio, inclusief de haven. Verwacht wordt dat dit preventief werkt. Geen verkeerde gedachte want de mariniers hebben nog steeds het imago van onoverwinnelijkheid en onverzettelijkheid. De basis daarvan wordt gelegd bij de uiterst zware opleiding.

Briggen: Tijdens de opleiding valt ongeveer vijftig procent af. Maar zij die het redden kunnen zonder overdrijving de beste mariniers ter wereld worden genoemd”.

Blindelings

Verder stelt het korps hoge eisen aan samenwerking en teamspirit. Die korpsgeest vindt haar basis in de 3 vaste Korpswaarden: kracht, verbondenheid en toewijding. Vanaf het moment dat de jonge marinier zich meldt worden deze kernwaarden met de paplepel ingegoten. Zo worden mariniers gevormd, die in teams kunnen werken, waarin ze blindelings op elkaar moeten kunnen vertrouwen.

Mariniers zijn gespecialiseerd in het uitvoeren van amfibische operaties met landingsvaartuigen vanuit zee. En bijzondere operaties landinwaarts met lichte infanterie-eenheden. De marinierseenheden zijn voor langere duur inzetbaar, onder alle klimatologische en geografische omstandigheden. De opleidingen en trainingen vinden daarom plaats op de grens van land en water en in de bergen. Maar ook bij extreem koud weer, in de jungle, in de woestijn, in verstedelijkte gebieden en rivierdelta’s.

Het Nederlandse Korps Mariniers bestaat uit ongeveer 2.300 mannen. De meeste operationele eenheden zijn ondergebracht bij het Mariniers Trainings Commando in Doorn, dat in de toekomst verhuist naar een nieuwe kazerne in Vlissingen en verder zijn er kazernes op Texel en Den Helder, waar de Commando Zeestrijdkrachten haar hoofdkwartier heeft. In Rotterdam werken 177 vaste medewerkers en zijn 600 tot 800 jongeren in opleiding.

Enthousiasme

In 1939, het jaar dat Havenvereniging werd opgericht, ging de eerste spade voor de Van Ghentkazerne de grond in. En 75 jaar later vielen de deelnemers aan de Havenvereniging-excursie naar de kazerne, met als voornaamste onderwerp; de strijd tegen de piraterij, met de neus in de boter. De stemming was opperbest en dat had ook een positieve invloed op de lezingen. Want die werden met veel enthousiasme en humor gegeven.

Luitenant-kolonel Briggen nam de bezoekers mee terug naar de tijd, waarin het Korps Mariniers ontstond. Maximilian van Oostenrijk gaf in 1488 de eerste zet en het Korps werd daadwerkelijk opgericht in 1665 door de Witt en De Ruijter, volgend jaar dus 350 jaar geleden. Tromp, Kortenaer, Heijn en Van Nes zijn andere illustere namen uit de historie. Joseph van Gent was de eerste commandant. Opvallend is dat de taken van de mariniers toen en nu voor een deel nauwelijks verschillen. Toen hield men zich al bezig met bescherming van de handel en de beveiliging van de rivieren, werd er bijstand verleend aan het burgerlijk gezag als dat nodig was en was er een ceremoniële taak. Nu zijn de plichten niet veel anders.

Tereur

Terreurbestrijding is een actuele functie van de Unit Interventie Mariniers (UIM). Zij beëindigen in Nederland grootschalige en moeilijke terreursituaties. Bijvoorbeeld een vliegtuigkaping of een grote gijzelsituatie.

De UIM werkt samen met de Koninklijke Marechaussee, de Dienst Speciale Interventies en het ministerie van Justitie.

Daarnaast zijn er veel internationale taken. Er wordt in NAVO-verband meegewerkt aan tal van vredes-, handhavings- en humanitaire operaties, zoals bescherming van transporten in het kader van het Wereldvoedselprogramma in het door piraten geteisterde Somalië. Ze begeleiden ook Nederlandse koopvaardijschepen in dat gebied. En de mariniers beveiligen samen met vlooteenheden scheepvaartroutes, havens en het grondgebied van de NAVO-landen. De Nederlandse operaties tegen de piraterij begonnen in 2008. De deelname is door het kabinet gegarandeerd tot eind 2014.

Piraterij

De internationale piraterijbestrijding werpt volgens schout bij nacht Ben Bekkering vruchten af. Hij was commandant op de schepen Van Heemskerk en Johan de Witt en van een NAVO-eskader.

Bekkering: “Sinds 2011 is het aantal gekaapte schepen in de Golf van Aden en het Somalische Bassin sterk gedaald”.

De manier van aanpak is in de loop der tijd veranderd. Vroeger werden de kleine piratenbootjes onderschept en de bemanning opgepakt, waarna ze vaak door allerlei juridische beperkingen op het strand weer vrij gelaten moesten worden”.

De repressieve aanpak is langzaam geëvolueerd naar een preventieve en vervolgens naar een proactieve aanpak. Er is de afgelopen periode vooral contact gezocht met de kustbevolking. Want volgens Bekkering zitten zij ook niet te wachten op de piraterij.

Bekkering: ”In het begin was er wellicht sprake van het Robin Hood-effect. Piraten die stelen van de rijken het geven aan de armen. Maar dat was snel voorbij. Er gaat nu niets van de piraten-opbrengst naar de bevolking. Piraterij is uitgegroeid tot een onderdeel van de georganiseerde misdaad, die de bevolking schade en overlast berokkent. De piraterij is ook niet ontstaan doordat de viswateren voor Somalië werden leeggeroofd door grote Westerse trawlers. Er is een overvloed aan vis en Somaliërs beschouwen vis als iets voor de armen. Het merendeel is veehouder”.

Lokale leiders

“Het ontbreken van goed onderwijs,  gezondheidszorg, het verzilten van waterputten en het onder water lopen van generatoren, zijn de grootste dagelijkse zorgen van de bevolking. Los je dit op dan ben je belangrijke stap verder.

De internationale gemeenschap heeft destijds geëist dat er verkiezingen zouden worden gehouden. In de praktijk blijkt echter, dat de gekozen president zeggenschap heeft over een gebied van hoogstens vier voetbalvelden groot”.

“In de rest van het land overheerst de clan-cultuur en heb je te maken met lokale leiders. Toen we contact zochten met de bevolking om uit te leggen waarom we hier zijn en dat die grijze schepen niet alleen schieten, moesten we eerst overleggen met hen en de dorpsoudsten. Om in contact te komen met de rest van de bevolking kwamen op het idee om een landingsvaartuig als ziekenboeg in te richten, met in het midden een  vergadertafel waar we ’s morgens spraken met de leiders. ’s Middags hielden we er medisch spreekuur. Niet structureel, want daar zijn we niet op toegerust, maar honderden mensen, met name vrouwen en kinderen hebben hier gebruik van gemaakt. De belangrijkste klachten waren diarree en uitdroging. En op die manier wonnen we langzaam vertrouwen en kwam er informatie los”.

Kapen

“Zo kwamen we te weten dat de piraten steeds andere tactieken gebruikten om buiten ons bereik te blijven. In het begin leefden ze in kampen, maar die waren, nadat we kwamen, snel leeg. Ze eisten huizen op en hielden zich schuil onder de bevolking. Ze vielen geen schepen meer aan met kleine bootjes. Ze kaapten grotere vissersschepen, gijzelden de bemanning en tilden vervolgens hun aanvalsrif aan boord. Zo konden ze honderden kilometers buiten de kust koopvaardijschepen benaderen, zonder dat dit argwaan wekte”.

“Door gebruik te maken van onbemande vliegtuigjes van de Landmacht wisten waar we de piraten zaten, maar veel konden we niet ondernemen omdat ze daar ook bemanningsleden van de gekaapte schepen gevangen hielden”.

Zijn ervaringen en aanpak heeft Ben Bekkering destijds verwerkt in een rapport aan het hoofdkwartier. “Ik vind het plezierig dat onze methode is overgenomen door andere landen, want alleen een gezamenlijke internationale aanpak op militair, humanitair, strafrechtelijk, diplomatiek en economisch gebied werkt echt!”, besluit Bekkering.

Fantastisch

De “Nederlandse aanpak” wordt door de toehoorders geapprecieerd, zo blijkt na afloop.”Het was heel leerzaam. Ik wist niet dat er op deze manier werd gewerkt. Een goede zaak en effectiever dan de harde aanpak”, zegt Hans Molenkamp.

Maar het gesprek van de avond is toch wel de redding van de kazerne. Die wordt door alle aanwezigen als positief ervaren, ook door Leen van der Waal: ”Fantastisch wat burgemeester Aboutaleb heeft gedaan. Die man is behoorlijk in mijn achting gestegen. We maken hier een historische dag mee, en dat geeft me een goed gevoel”

En aangezien de Indische rijsttafel en de borrel prima in de smaak vallen, gaat iedereen met een tevreden gevoel naar huis. 

Excursie waar je energie van krijgt!

Indrukwekkend en verrassend. Dat was het algemene oordeel van de talrijke deelnemers aan de excursie naar de GDF SUEZ-kolen/biomassacentrale op de Maasvlakte. De nieuwe 1,2 miljard euro kostende centrale maakte indruk, maar ook de rit over Maasvlakte 1 en 2, voorafgaand aan het bezoek, was voor velen een eye-opener.

“Ik ben zeker 20-25 jaar niet meer in dit gebied geweest en dan is de grootte overweldigend”. vertellen Henk en Marga Kooijman. “Ook deze centrale is imponerend. Je krijgt toch nooit de kans iets dergelijks van zo dichtbij te zien!”

De nieuwe centrale van   GDF SUEZ, is in ieder geval kolossaal. De ketel, waar de stoom wordt geproduceerd is 110 meter hoog. De centrale is goed voor 800 megawatt en is daarmee, qua vermogen, de grootste van GDF SUEZ in Nederland. Het concern is de grootste energieproducent van de Benelux en één van de  leidende energiebedrijven ter wereld. Ruim 138.200 mensen werken er wereldwijd. In Nederland  zijn dat er bij de vijf dochter-ondernemingen ongeveer 9.500, waarvan zo’n 900 bij de elektriciteitstakenergietak. In de nieuwe centrale is het personeel straks in wisseldiensten 24 uur per dag actief. De centrale is kleiner dan de nieuwe 1080 megawatt centrale van E.ON, die op dezelfde Maasvlakte ook dit jaar commercieel moet gaan draaien.

Milieu
De twee kolencentrales hebben altijd ter discussie gestaan. De verstrekte vergunningen werden aangevochten door milieu-organisaties en omwonenden. Maar ondanks de oppositie gingen GDF SUEZ en E.ON op eigen risico van start met de bouw van hun centrales, omdat deze volgens hen ultramodern zijn en ruimschoots aan alle vereisten van vergunningen  en milieu voldoen. Bovendien wordt er tijdens het bezoek van de Havenvereniging-leden aan de centrale op gewezen dat er een  gat zit tussen de energie-behoefte en de mate waarin nieuwe “zwaar gesubsidieerde” energiebronnen in die behoefte kunnen voorzien (de zon schijnt immers niet altijd en er is niet altijd voldoende wind). En je alleen richten op schonere gascentrales, is onverstandig, omdat je dan als concern teveel afhankelijk wordt van één energiebron. 

Kolen
In de nieuwe centrale zullen voornamelijk kolen worden gestookt, die momenteel relatief goedkoop zijn, en speelt biomassa een ondergeschikte rol. Met de hitte van de gestookte kolen wordt het water dat door pijpen in de ketel wordt gepompt, omgezet in stoom. De stoom drijft onder hoge druk de turbine aan. Hieraan zit de generator. De stroom die de generator opwekt, wordt aan het elektriciteitsnet geleverd.

Maar ook al heeft de nieuwe kolencentrale van GDF SUEZ een rendement van “slechts” 46%, terwijl dat bij een gascentrale meer dan 60% procent is, dat rendement is al veel hoger dan dat van de oudere kolencentrales. Deze worden nu vervangen door een nieuwe schonere generatie, zo wordt benadrukt.

Want schoon is deze nieuwe centrale, zo blijkt uit de getoonde cijfers. De centrale zit wat de uitstoot van NOx (stikstofoxyden), SO (zwavel), vliegas en fijn stof betreft, onder de emissie-eisen. De centrale wordt tijdens de presentatie de schoonste in zijn soort ter wereld genoemd.

Recycling
Bovendien worden diverse  afvalproducten gerecycled tot gips, sintels voor de wegenbouw en gebruikt als grondstof voor de fabricage van cement en beton. Het afval dat overblijft wordt afgevoerd per boot, zoals bijna alles wat van en naar de centrale over water wordt vervoerd. En dat betekent een milieu- en verkeersvoordeel, omdat er veel minder vrachtwagens af en aan rijden.

Ondanks de dure grond, is er bewust gekozen voor de Rotterdamse haven als vestigingsplaats. Uiteraard omdat buurman EMO continu kolen kan leveren. En verder vanwege de overvloed aan koelwater omdat het dichtbij de zee ligt. Dat het verdeelstation op de Maasvlakte van electriciteitstransporteur Tennet dichtbij is, wordt ook als een pluspunt beschouwd.

CO2
E.ON Benelux en GDF SUEZ zijn de initiatiefnemers van ROAD. Zij vormen samen de joint venture Maasvlakte CCS Project C.V. ROAD staat voor Rotterdam Afvang en Opslag Demonstratieproject. Het is een van de grootste demonstratieprojecten ter wereld die op stapel staan voor de afvang en offshore opslag van CO2. Het doel van ROAD is een bijdrage leveren aan de innovatie van CCS. In de eerste plaats door de schaal te vergroten en grote hoeveelheden CO2 op te slaan. In de tweede plaats door de keten van afvang, transport en opslag in één project uit te voeren. Dit kan waardevolle technische, economische en organisatorische kennis opleveren die CCS verder kan helpen. Bij de voorbereiding van de bouw is volledig rekening gehouden met de mogelijke toepassing van afvang en opslag van CO2, Carbon Capture and Storage (CCS). Om de gigantische financiële middelen die nodig zijn om een project van deze omvang te realiseren wordt momenteel binnen de EU aanvullende steun van andere landen gezocht.

Europa
De commerciële start van de centrale is, als het proefdraaien zonder problemen verloopt, in de tweede helft van dit jaar. De provincie Zuid-Holland moet nog wel de Raad van State volledig overtuigen. De bestuursrechter en wetgevingsadviseur vernietigde de eerder door de provincie afgegeven Natuurbeschermingswet-vergunningen aan Electrabel GDF SUEZ en E.ON. De Raad van State vond dat door de provincie onvoldoende was onderbouwd welke problemen en milieuschade er zouden ontstaan door de cumulatieve effecten van de twee centrales en andere projecten op de Maasvlakte. Opposanten hopen dat hierdoor de elektriciteitswinning van de centrales alsnog wordt geblokkeerd.

Dubbel
Tijdens het afscheid van de excursiegangers spreken de gastheren de hoop uit dat de bezoekers een positiever beeld hebben gekregen van de centrale. En een peiling tijdens de rondrit over het terrein van de centrale en tijdens de nazit, leert dat er in ieder geval meer begrip is.

“Ik vond het verrassend om te horen dat deze centrale zo schoon is.”, roepen Marga en Henk Kooijman in koor. Ronald Bethlehem eigenaar van uitzendbureau voor engineers Symbiose-at-Work, vult aan:  “Ik heb er wel vertrouwen in dat het CO2-probleem technisch kan worden opgelost, maar voorlopig krijgen ze de businesscase niet rond. Dat is vervelend. Het is natuurlijk heel dubbel. Aan de ene kant willen we geen last van deze centrale hebben, maar we verwachten wel dat er goedkope stroom uit het stopcontact komt”.

Maureen Londema en Tabitha Vuijsts, die voor de eerste keer een excursie meemaken geven toe dat veel van de behandelde onderwerpen nieuw voor hen waren. “Het was heel technisch, maar we vonden het bijzonder interessant“,  vertellen ze.

Maureen: “Ik doe dit liever dan naar zo’n tuttenclub gaan, met een hoog rollator-niveau. Ik ben nu 70 jaar en heb ruim 25 jaar in de civiele dienst op de grote vaart gewerkt. Ik hou dus van varen en schepen en ben erg geïnteresseerd in de haven. En op deze manier kom je op de meest uiteenlopende plekken”.

“Dat klopt” zegt Tabitha Vuijst. “Ik woon sinds vijf jaar in Delfshaven met uitzicht op de Nieuwe Maas, Ik werk in Leiden, maar die haven trekt me enorm, dus ik hoop er ooit te kunnen werken. En deze excursie heeft die interesse alleen maar aangewakkerd. Ik vond het heel leuk en kijk uit naar de bijeenkomst over de piraterij.”

 

Havenvereniging in AD

Download hier het artikel dat vrijdag 21 februari in het AD heeft gestaan. 

Survivalen bij STC-KNRM: Let’s HUDDLE!

Leden Jong Havenvereniging volgen Sea Survival Training voor de fun

,,Ik heb je, ik heb je,’’ klinkt het in het bad van het STC-KNRM. JHV-leden die elkaar amper kennen, grijpen elkaar bij de middel om de warmte vast te houden. Zogenaamd natuurlijk, want het water is niet echt koud. Dat is in het echt wel anders, wanneer het offshore echt mis gaat. Om je daarop voor te bereiden, geeft het STC-KNRM op de Heijplaat Sea Survival trainingen. Voor ons, de 24 deelnemers, is het op 13 februari gelukkig een fun-training, want we waren gezakt als een baksteen voor ons examen! Zo simpel is het namelijk niet.

Na de hilariteit van het aantrekken van de overlevingspakken, wordt de groep toch wat stil. Wat ons precies te wachten staat, weten we niet. Maar na de uitleg van instructeur Rick denken we ‘dit gaan we even doen’. De euforie duurt maar kort. Aan de rand van het platform waar we vanaf moeten springen, blijkt zelfs het afschermen van de luchtwegen door met je hand een kommetje te vormen en over neus en mond te leggen een ware kunst. Dan ook nog goed je reddingsvest naar beneden houden, vooruit kijken en afstappen. Wieeeh! Wat duurt dat nog lang voordat je het water raakt! Met een enorm ‘bommetje’ beland je onder water en wordt met dezelfde snelheid naar boven getrokken door het reddingsvest. Maar… we leven nog!

Nu begint het echte overleven… Door middel van de HELP-houding maak je jezelf klein, voor het geval je zielsalleen in het water dobbert. Maar als je met een groep bent maak je een HUDDLE, waarbij je dicht tegen elkaar kruipt. Het werkt behoorlijk op de lachspieren, maar iedereen doet enthousiast mee. Ook wanneer we, zonder contact te verliezen, elkaar bij de hand pakken en een SURVIVAL CIRCLE vormen en ons door water op te laten spatten zichtbaar maken. Daarna steken we de voeten onder een ander lid z’n armen en vormen een krokodil. Peddelend met de armen gaan we op weg naar het reddingsvlot, waar we knus met z’n allen inkruipen. Missie geslaagd!

Licht uit, golven aan
Maar dan… gaan de windturbines aan, het licht uit en worden er golven gesimuleerd. Rick zegt nog: ,,Probeer zo lang mogelijk droog te blijven.’’ Desondanks springt de helft van de groep nog een keer van het platform. Eric die aan de simulatieknoppen staat te draaien, ziet eruit als een ware DJ. Hij heeft een grote glimlach op z’n gezicht bij het gade slaan van ons gestuntel. Ook Patrick die met een tuinslang regen creëert, moet hard lachen want wanneer uiteindelijk het vlot wordt bereikt, dat nu enorm schommelt, blijkt communiceren heel moeilijk te zijn. En wanneer we een drenkeling moeten oppikken, springen er doodleuk twee heren zo uit het vlot. De reddingsring blijft ongebruikt in het vlot en aan het einde van de oefening blijkt het touw aan de ring compleet verstrikt geraakt in talloze benen.

Buiten gaat de training verder. We gaan geblindoekt en in polonaise twee op elkaar gestapelde containers binnen. Binnen tien minuten moeten we zorgen dat we eruit zijn, als één groep. Eén van de heren in ons gezelschap zegt nog: ,,Oh, dat rondje kunnen we wel twee keer maken.’’ Maar helaas… binnen no time is het merendeel van het gezelschap gedesoriënteerd. Wel worden er door middel van het oproepen van persoonsnummers een paar keer koppen geteld, maar de trap blijkt een groot obstakel en ook het kabaal van de klappen op het metaal, maken het er niet makkelijker op. De groep valt uit elkaar in vier clubjes; één vindt de uitgang, één wordt ingesloten en de andere twee…? Instructeur André moet hard lachen als hij en zijn collega’s iedereen uit de container ‘redden’. Maar de grootste teleurstelling volgt nog, want de andere groep met JHV-leden hadden het wel keurig binnen de tijd gehaald.

Afschieten
Maar wellicht zijn we wel goed in de life boat! Na enige informatie over de werking van het knaloranje bootje, stappen we aan boord en worden vakkundig door Graham ingesnoerd. Na de ‘afschiet-procedure’ breekt het moment van aftellen aan. De kabels laten los en in een paar luttele seconden raakt de neus van ons reddingsbootje met een klap en een enorme splash het water. Wow dat was snel! De motor pruttelt vrolijk verder terwijl we een klein tochtje maken om vervolgens weer aan te leggen.

Vele ervaringen rijker wurmen we ons uit de overlevingspakken en vertrekken richting havenkroeg Courzand om bij te komen, want dat is wel nodig! Het besef dringt door dat dit al moeilijk was en wat het erg moet zijn om dit mee te maken op volle zee, als het echt om overleven gaat! Voor ons was dit pure fun, maar de trainingen zijn voor de echte zeelui in het vak zeker noodzakelijk.

Jong Havenvereniging dankt het STC-KNRM hartelijk voor het organiseren van deze interessante en spannende middag. Waarbij speciale dank aan Rick, Patrick, Hans, Vincent, André, Graham, Malcolm, Martijn, Peter, Derk en Eric.

Bekijk alle foto’s en de filmpjes op de homepage.

Wie jarig is trakteert!

En dat vieren we met gratis toegang tot het Maritiem Museum Rotterdam.

Het Maritiem Museum Rotterdam, opgericht in 1874, is het oudste scheepvaartmuseum van Nederland. Laat je meevoeren met de grote cruiseschepen, of neem een kijkje ‘backstage’. Of met de kinderen op ontdekkingstocht, samen met Professor Plons. Voor elk wat wils.Tot het eind van dit jaar.

Kijk hier voor de lopende tentoonstellingen en exposities

Download HIER de bon. 

Deze bon is slechts éénmaal geldig en alleen bestemd voor de leden van de Havenvereniging Rotterdam. Vergeet niet je lidmaatschapsnummer in te vullen. 

Ga met zijn vieren (max. 2 volwassen en 2 kinderen) naar het 

Jubileumfilm

Voor wie er was, een feest van herkenning. Donderdag 30 januari jl. in de Cruise Terminal. Nu ook te horen! De grappige liedjes van de Tunes en de opzwepende nummers van de Hermes House Band. 

Bekijk hier het filmpje

Grandioos verjaardagsfeest

“Van mij mogen ze dit ieder jaar organiseren” 

Jubileum met knallend en swingend feest gevierd

De mannen die 75 jaar geleden, op 30 januari 1939, de Havenvereniging Rotterdam oprichtten konden nauwelijks bevroeden dat het vijftiende lustrum, afgelopen donderdag, zo uitbundig zou worden gevierd.

Ruim vijfhonderd mensen kwamen naar de Rotterdamse Cruise Terminal om het jubileumfeest mee te maken. Natuurlijk werden ze gelokt door het Captains Dinner en het optreden van de Hermes House Band, maar het hoofddoel, was het ontmoeten van oude bekenden en het maken van nieuwe contacten. Één ding bond alle aanwezigen; de liefde voor de haven.

Een ultiem voorbeeld hiervan is de 89-jarige Gerard Hegge, die al zestig jaar lid is van de Havenvereniging. Hij vertelt: ”Mijn vader Jan Hegge was één van de oprichters van de vereniging. In die tijd was hij burgemeester van Overschie en eigenaar van de gelijknamige scheepswerf. We bouwden veel schepen voor de offshore, ondermeer voor Shell. We hadden zo’n tachtig man in dienst. Zelf ben ik in Delft afgestudeerd als scheepsbouwkundig ingenieur en heb ik, na verloop van tijd, het bedrijf overgenomen.  Ik ben nu 60 jaar lid van de Havenvereniging en ik heb in die periode ongelooflijk veel hoogtepunten meegemaakt. Ik probeer bij zoveel mogelijk activiteiten aanwezig te zijn. Het houdt me scherp en de contacten met oude bekenden en al die nieuwe leden zijn heel waardevol. Ik ben ook havenadviseur van burgemeester Aboutaleb en hem wil ik binnenkort echt de haven laten zien”.
 

Meer kwaliteit

“Zestig jaar lid? Zo lang! Tja, dat is het mooie van deze club”, zegt voorzitter Jan Bert Schutrops van de Havenvereniging. Hij vervolgt: “Ik stond net op de roltrap en maakte mee dat mensen elkaar na dertig jaar met veel enthousiasme weer zagen. Dan is voor mij de avond al geslaagd”.

“Het unieke van de vereniging is dat er geen drempels zijn. Iedereen die zich verbonden voelt met de haven kan voor 25 euro lid worden. En dankzij Jong Havenvereniging, die nu ruim vijf jaar bestaat, is het een mooie mix tussen jong en oud geworden. Sinds een jaar of twee is er een nieuw bestuur dat zich niet richt op méér activiteiten, maar op kwalitatief betere activiteiten. Dat heeft al geleid tot ledenaanwas. We hebben er nu ruim 2000. Maar op een bepaald moment bereik je de grens. Vergis je niet. Het is uniek dat deze vrijwilligersclub al zo lang bestaat, want de mensen die de kar trekken doen dat zonder al teveel support”.

En weg is Schutrops want presentator/muzikant/cabaretier Harry Jan Bus roept hem samen met  Wybe Zijlstra, de organisator van de jubileumavond, op het podium.  Bus vuurt zijn kwinkslagen niet alleen af op dit duo, maar ook op Mark Harbers, die hij al “onze nieuwe Staatssecretaris van Financiën” noemt. Bus: ”Een goede zaak, want dan kunt u heel veel geld naar de Rijnmond-regio sluizen”.

De voormalige havenwethouder moet hartelijk lachen om de opmerking, maar ontkent gevraagd te zijn. Harbers: ”Mijn naam wordt net als zo’n zes andere namen genoemd. Ik zou er geen nee tegen zeggen, want ik heb altijd een rol in de gemeentelijke en landelijke politiek willen spelen, maar als ik het niet word, dan lig ik er geen moment wakker van. Ik heb ’t namelijk erg naar m’n zin in de Tweede Kamer”.

“En hier voel ik me ook weer thuis. In de tijd dat ik havenwethouder was, ben ik in heel veel havens geweest, maar geen enkele haven heeft zo’n grote fanclub. De Rotterdamse haven verdient dat ook. Vroeger bestond de vereniging voornamelijk uit mensen die ooit in de haven hadden gewerkt. Maar door de Jong Havenvereniging is de gemiddelde leeftijd fors gedaald. En die nieuwe leden zijn net zo trots op de haven als de oudere”.

Tafelgenoot Jeannette Baljeu, nu bijna vier jaar havenwethouder, vult aan:  “Het is prachtig dat er zo’n fantastische club is, waar iedereen de verbondenheid met de haven voelt. Er lopen hier mensen rond uit alle geledingen van de maatschappij. Heel erg Rotterdams”.
 

Veel energie

Gerrit Peekstok, voorzitter van Jong Havenvereniging is trots op de erkenning. Zijn afdeling telt na ruim vijf jaar 550 leden. “Nee dat had ik bij de oprichting in 2008 niet verwacht. Ook niet dat we al vijf feesten voor 1200 man zouden hebben georganiseerd. Dat is mede gelukt door de steun van het bestuur van de Havenvereniging en door de ongelooflijke energie die de mensen van Jong Havenvereniging er tot nu toe in hebben gestoken. En als het op zo’n avond als dit lekker loopt, dan geeft dat een kick. Je merkt dat jong en oud prima samengaan. De jonge leden willen graag weten hoe het vroeger was in de haven en de ouderen hebben de kennis om dat te vertellen. Bovendien zijn de  ouderen heel erg geïnteresseerd in hoe het er nu aan toe gaat. De opkomst bij de excursies zijn daar een bewijs van. Eigenlijk mag je tot je 35ste  lid zijn van de Jong Havenvereniging, maar er zijn veel leden, die dat ook na die leeftijd willen blijven. Dat heeft zich nog niet helemaal uitgekristalliseerd.  Het meest ideale zou zijn als jong en oud volledig in de Havenvereniging integreren. En het normaal wordt dat, zodra je in de haven werkt,  je lid wordt”.

Het is inmiddels de beurt aan De Tunes. Harry-Jan Bus, Steef Vooren en Emiel Benda, zetten een super-Rotterdams optreden neer, waarna het geweld van de Hermes House Band losbarst, die haar faam als energieke en swingende coverband volledig waar maakt.

Jos Masselink, manager bij de Broekman Group, is enthousiast. “Vroeger ben ik geregeld mee geweest met excursies en was ik aanwezig bij de barbecues, maar nu ontbreekt me daar de tijd voor. Dit is het eerste evenement dat ik sinds lange tijd meemaak. Erg leuk vind ik het. Die combinatie met diner en de optredens is prima. Goed ook dat jong en oud door elkaar lopen. Wat mij betreft mogen ze dit ieder jaar organiseren. Ik wil daar best wat meer voor betalen!”

Er staat een uitgebreid fotoverslag op de homepage of bekijk het 3 minuten durende filmpje onder Nieuws.